5 feb. 2008

De Kalama Sutta

De Kalama Sutta is erg beroemd bij moderne Boeddhisten. Vooral deze ene beroemde regel is een van de meest gequoteerde uitspraken van de Boeddha:

"Kom dan, Kālāmas: Laat je niet leiden door geruchten, niet door horen zeggen, niet door traditie, niet door geschriften, niet door logische redeneringen, niet door logische gevolgtrekkingen, niet door het overwegen van redenen, niet door het na overpeinzen aanvaarden van een zienswijze, niet door waarschijnlijkheid, niet door de gedachte dat 'deze monnik is mijn leraar.'"

De reden waarom de Boeddha deze woorden sprak is dat zijn toehoorders (de Kalamas), net als wijzelf tegenwoordig, allerlei tegenstellende religieuze leringen hoorden. En zij twijfelden daardoor: Is er een hemel en hel of niet? Leiden slechte daden nu tot slechte gevolgen of niet?:

"Hierover nu, Eerwaarde, zijn wij onzeker en hebben wij twijfels: 'Wie van deze geëerde monniken en priesters spreekt de waarheid, en wie spreekt leugens?'"

Het antwoord van de Boeddha was dat hun twijfel begrijpelijk en geldig was: "Onzekerheid is in jullie ontstaan omdat er reden is voor twijfel."

Vervolgens geeft de Boeddha de Kalamas een lering die gericht is op iets wat belangrijker is dan geloven: de kwaliteit van het dagelijks leven: hoe leef je, en wat streef je na? De Boeddha moedigt zijn 'geloofkritische' toehoorders aan om zich in het bepalen van hun levenswijze niet te baseren op bronnen die buiten hunzelf liggen, en niet op de verschillende logische denkwijzen of op vermoedens betreffende de waarschijnlijkheid van iets. In plaats daarvan laat hij mensen vertrouwen in het eigen inzicht in wat goed en slecht is:

"Kālāmas, als jullie zelf weten dat: 'Deze dingen zijn onheilzaam; deze dingen zijn afkeurenswaardig; deze dingen worden bekritizeerd door de wijzen; wanneer men deze dingen aanvaart en uitvoert, leidt het tot nadeel en lijden': dan moeten jullie, Kālāmas, die dingen verlaten."

De Boeddha relateerd dit inzicht in wat goed en slecht is aan begeerte, haat en waanideëen: deze zijn zeker slecht. Iemand die die dingen in zich ervaart, zal daardoor immers een moord kunnen plegen, en kunnen stelen, liegen en vreemdgaan. Maar iemand die vrij is van begeerte, haat en waanideëen: die persoon moordt niet, steelt niet en liegt niet, en gaat niet vreemd. Daardoor leidt de afwezigheid van begeerte, haat en waanideëen volgens de Boeddha tot welzijn en geluk. En de Kalamas waren het daarmee eens.

Hierna geeft de Boeddha nog instructie over het leven met een geest vol liefde, mededogen, waardering en gelijkmoedigheid. Hij zegt dat iemand die aandachtig is en vrij is van begeerte, haat en waanideëen, zulk een liefdevolle geest zal hebben:

"Hij leeft met alles in de gehele wereld in elk opzicht doordrongen van een geest vol liefde: uitgestrekt, verheven, onbegrensd, vriendelijk en welwillend."


Tenslotte praatte de Boeddha nog een beetje over het geloven in dingen als hemel en hel, karma en wedergeboorte. Hij zegt dat of er nu echt een hemel en hel is of niet, niet echt uitmaakt voor wie geen begeerte, haat en waanideëen heeft: die persoon is er altijd zeker van dat het hem goed zal gaan. In elk van de volgende vier gevallen gaat het die persoon goed af:
#Als er een hemel en hel is, gaat hij naar de hemel want hij doet slechts goed en niets slechts.
#Als er geen hemel en hel is, dan leeft hij in het hier–en–nu gelukkig: zonder boosheid, zonder kwaadwillendheid, en zonder problemen.
#Als boosdoeners in de toekomst wel slechte gevolgen van hun daden zullen ondergaan, denkt hij: "Daar ik geen kwade daden verricht, hoe kan lijden mij dan treffen?"
#En als boosdoeners in de toekomst geen slechte gevolgen van hun daden zullen ondergaan, ziet de zuivere persoon dat hij in beide aspecten zuiver is: hij ontvangt geen slechte gevolgen (net als de boosdoener) maar hij doet ook niets slechts.

De Kalamas waren zeer blij met de lering van de Boeddha: zij werden lekenvolgelingen van hem.

Lees de Kalama Sutta

Geen opmerkingen: